over de culturele atlas

De Culturele atlas Brabant. Monitor professionele kunsten 2016 is een uitgave van bkkc brabants kenniscentrum kunst en cultuur in samenwerking met De Kunst van Brabant, de vereniging van Brabantse makers en instellingen in de professionele kunsten. Henk Vinken (Pyrrhula Research Consultants) is verantwoordelijk voor het onderzoek.

Opzet & uitgangspunten
Deze monitor legt net als de eerste keer nadruk op financiële en organisatorische data zoals subsidies van overheden en fondsen, de diverse inkomstenbronnen (publieksinkomsten, sponsoring, enzovoort), de personele bezetting, de lasten die daarmee gemoeid gaan en de inzet op scholing en professionalisering (nu uitgebreider dan in 2013). Daarnaast zijn er gegevens verzameld over marketing en communicatie, inclusief de zichtbaarheid in de sociale media (nieuw in deze monitor), en over (kern- en neven)activiteiten en bezoeken aan deze activiteiten. Al deze vragen zijn in een online invulsysteem aan deelnemers aangeboden.

Bij aanvang van de monitor zijn de deelnemers gevraagd zichzelf te typeren langs functie (productie, presentatie, ontwikkeling of combinaties hiervan), type (gezelschap, podium, festival, museum, enzovoort) en sector (theater, opera en muziektheater, beeldende kunst, film, letteren, enzovoort). Deze gegevens en zoveel mogelijk financiële data hebben we zo bevraagd dat deze aansluiten bij de landelijke monitoringssystematiek (bijvoorbeeld gebruikt voor de jaarlijkse OCW- publicatie Cultuur in Beeld). Ook hebben we deze gegevens, voor zover bronnen dat toestonden, al voor ingevuld in het online systeem. Hiervoor hebben we gebruik kunnen maken van subsidiegegevens van de vijf grote gemeenten van Noord-Brabant. Dit geeft direct de beperking van deze monitor aan. Net als in 2013 gaat de monitor niet over alle culturele spelers in Noord-Brabant, maar met name om de vertegenwoordigers van de professionele kunsten die voornamelijk in de vijf grootste gemeenten Breda, Eindhoven, Helmond, ’s-Hertogenbosch en Tilburg (de B5-steden), gevestigd zijn.

De keuze voor de te benaderen instellingen is gebaseerd op verschillende uitgangspunten:

  1. Een eerste eenvoudige criterium was deelname aan de vorige monitor. Aan de 2013-monitor deden 64 instellingen uit verschillende disciplines mee die veelal meerjarig ondersteund werden door de provincie Noord-Brabant;
  2. Instellingen waarvan de begeleidingsgroep van deze monitor, inhoudelijke veldexperts van bkkc en cultuurambtenaren van de B5-steden en provincie vonden dat deze niet mochten ontbreken omdat deze een belangrijke bijdrage aan de (lokale) cultuur geven;
  3. De instellingen die we hebben benaderd zijn onder te verdelen in een vijftal categorieën, namelijk: producenten podiumkunsten, visuele kunsten, festivals, musea en podia.

Anders dan in 2013 is dat we ons nu geheel baseren op afgesloten jaargangen met gerealiseerde cijfers. De 2016-monitor gaat over de jaren 2013 en 2014. Waar mogelijk en zinvol vergelijken we in deze rapportage met realisatiecijfers over 2011 uit de 2013-monitor. Dat doen we voor de 42 instellingen uit de 2013-monitor die cijfers over 2011 hebben geleverd en die ook over 2013 en/of 2014 hebben gerespondeerd. Op die manier hebben we een zuivere vergelijking tussen de jaren 2011, 2013 en 2014 kunnen maken.

Respons
De respons in de 2016-monitor is als volgt:

  1. We hebben 112 instellingen benaderd, 84 hebben uiteindelijk meegedaan: een responspercentage van 75%. In de 2013-monitor was het responspercentage 78% met 64 van de 82 instellingen. Dit betekent dat we nu 20 instellingen meer in het onderzoek hebben kunnen meenemen.
  2. In Eindhoven (24 van de 27 benaderde instellingen) en Breda (15 van 17) is meer dan gemiddeld, in Tilburg gemiddeld (24 van 32), maar in ’s-Hertogenbosch (19 van 30) en zeker in Helmond (2 van 6) minder dan gemiddeld gerespondeerd.
  3. Binnen de categorieën zijn de responspercentages vergelijkbaar met de totale responspercentages (producenten podiumkunsten, 21 van de 29; visuele kunsten, 20 van de 27; festivals 21 van de 24; musea 8 van de 11 en podia 14 van de 21).

Zie hiervoor ook pagina 8-9 van het rapport.

Colofon
De Bloementuin en de Monitor vormen samen een project van het brabants kenniscentrum kunst en cultuur (bkkc), in samenwerking met Henk Vinken (Pyrrhula Research Consultants) en De Kunst van Brabant. Het concept, ontwerp en de realisatie is in handen van Edhv.

wil je de monitor professionele kunsten 2016 ontvangen?

Vul dan hieronder je gegevens in. Wij sturen je dan meteen in een e-mail de publicatie.

  • This field is for validation purposes and should be left unchanged.